Betekenis van:
erf

erf (het ~ | meervoud erven)
Zelfstandig naamwoord
  • onbebouwd stuk grond bij een woning
"op het erf scharrelden wat kippen rond"
"fraai gelegen woonboerderij met erf en tuin"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

erf
Zelfstandig naamwoord
  • het grondgebied direct rond een boerderij

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. elektrorheologisch afwerkingsprocédé (’ERF’); of
  2. elektrorheologisch afwerkingsprocédé (’ERF’);
  3. elektrorheologisch afwerkingsprocédé (‚ERF’);
  4. Grenswaarde voor de energie die nodig is voor het bakken (ERF)
  5. De ERF voor keramische tegels en tegels van klei mag niet hoger zijn dan:
  6. ERF’ is een verwijderingsprocédé waarbij gebruik wordt gemaakt van een abrasieve vloeistof waarvan de viscositeit via een elektrisch veld wordt gecontroleerd.
  7. ERF’ is een verwijderingsprocédé waarbij gebruik wordt gemaakt van een abrasieve vloeistof waarvan de viscositeit via een elektrisch veld wordt gecontroleerd.
  8. Het energieverbruik wordt berekend als PER (de energie die nodig is voor het proces) voor geagglomereerde stenen en terrazzotegels of als ERF (de energie die nodig is voor het bakken) voor keramische tegels en tegels van klei.
  9. Beoordeling en toezicht op de naleving van de criteria: de aanvrager dient de ERF te berekenen overeenkomstig de aanwijzingen in technisch aanhangsel — A4 en de desbetreffende resultaten en ondersteunende documentatie te verstrekken.
  10. Landbouwhuisdieren kunnen bijvoorbeeld worden gehouden op een weide, in gebouwen met open zijwanden die toegang geven tot een erf, in gesloten gebouwen met natuurlijke ventilatie of in speciale, voor quarantaine en biologische inperking bestemde gebouwen die hetzij op natuurlijke wijze, hetzij kunstmatig worden geventileerd.