Betekenis van:
werf

werf
Zelfstandig naamwoord
  • een scheepswerf
"Het schip werd naar de werf gebracht."
werf
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats waar goederen gestapeld liggen
"De eigenaar van de werf werd gisteravond dood aangetroffen in zijn huis."
werf (de ~ | meervoud werven)
Zelfstandig naamwoord
  • werf waar schepen gebouwd worden; scheepswerf voor m.n. timmerwerk; werkplaats voor schepen
"op de werf"
"een schip van de werf laten lopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

werf
Zelfstandig naamwoord
  • ''(België)'' een bouwterrein
werf
Zelfstandig naamwoord
  • onbebouwd stuk grond bij een woning

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord