Betekenis van:
werf
werf
Zelfstandig naamwoord
- een scheepswerf
"Het schip werd naar de werf gebracht."
werf
Zelfstandig naamwoord
- een plaats waar goederen gestapeld liggen
"De eigenaar van de werf werd gisteravond dood aangetroffen in zijn huis."
werf (de ~ | meervoud werven)
Zelfstandig naamwoord
- werf waar schepen gebouwd worden; scheepswerf voor m.n. timmerwerk; werkplaats voor schepen
"op de werf"
"een schip van de werf laten lopen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
werf
Zelfstandig naamwoord
- ''(België)'' een bouwterrein
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- het beschermen van de werf tegen valutarisico’s.
- De werf dient tevens een nieuw modelcontract op te stellen.
- De capaciteit van de werf in GBT blijft ongewijzigd [11].
- De Hegemann-groep had als eigenaar van de werf besloten de beschikbare middelen prioritair in de Peene-werf te investeren.
- Bouw van een schip op de werf te Ancona en de gevolgen voor de werf te Palermo
- Duitsland voert aan dat Rolandwerft in het verleden occasioneel met de Peene-werf heeft samengewerkt en vooraf gereedgemaakte casco’s van deze werf verder uitgerust heeft.
- De maatregel verleent SLK een financieel voordeel dat door de werf op de markt niet zou worden bereikt aangezien de werf de dwangsommen zou moeten betalen.
- Door de werf dient tevens een nieuw modelcontract te worden opgesteld.
- Vanaf 1 mei 2004 is vrijwel de gehele productie van de werf dankzij deze garanties gefinancierd.
- Tegen beide besluiten is door Duitsland noch de begunstigde werf beroep ingesteld.
- In die context onderzocht zij niet in hoeverre de werf de herstructurering uit eigen middelen doorvoerde.
- De Commissie merkt ook op dat de werf reeds in 2002 met de herstructurering is begonnen.
- De werf had in 2006 een negatief eigen vermogen van 576 miljoen PLN.
- Zelfs na de overname door HDW/Ferrostaal is de financiële situatie van de werf niet verbeterd.
- Op dit moment bouwt de werf schepen met een hogere CGT-waarde.