Betekenis van:
fokken
fokken
Werkwoord
- dieren houden om ze te laten voortplanten
"Een aantal boeren in deze streek fokt nu ook parelhoenders."
fok (de ~ | meervoud fokken)
Zelfstandig naamwoord
- hulpmiddel bij het kijken; (informeel) bril
"de fok erbij opzetten"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Fokken van pluimvee
- Fokken van melkvee
- Fokken Mesten Slacht
- Intensief fokken van zeugen
- fokken en houden van dieren;
- Fokken: voor fok- en gebruiksdieren.
- Fokken Gezelschapsdieren Erkende organisatie Quarantaine
- Fokken van kamelen en andere kameelachtigen
- Fokken van paarden en andere paardachtigen
- Ook het fokken van wild op fokkerijen behoort niet tot deze groep, maar moet worden ingedeeld bij klasse 01.49 „Fokken van andere dieren””
- Basisbiologie en passende soortspecifieke biologie met betrekking tot anatomie, fysiologische kenmerken, fokken, genetica en genetische manipulatie.
- fokken en houden van dieren samenhangend met de exploitatie van de bodem:
- Het fokken van paardachtigen, vooral van paarden, vormt meestal een onderdeel van de landbouwactiviteit.
- Gevaren bij het fokken van dieren en de productie van diervoeders en levensmiddelen.
- Hiervan wordt courant gebruikgemaakt voor het fokken van de grotere soorten.