Betekenis van:
fokken

fokken
Werkwoord
  • dieren houden om ze te laten voortplanten
"Een aantal boeren in deze streek fokt nu ook parelhoenders."
fok (de ~ | meervoud fokken)
Zelfstandig naamwoord
  • hulpmiddel bij het kijken; (informeel) bril
"de fok erbij opzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Fokken van pluimvee
  2. Fokken van melkvee
  3. Fokken Mesten Slacht
  4. Intensief fokken van zeugen
  5. fokken en houden van dieren;
  6. Fokken: voor fok- en gebruiksdieren.
  7. Fokken Gezelschapsdieren Erkende organisatie Quarantaine
  8. Fokken van kamelen en andere kameelachtigen
  9. Fokken van paarden en andere paardachtigen
  10. Ook het fokken van wild op fokkerijen behoort niet tot deze groep, maar moet worden ingedeeld bij klasse 01.49 „Fokken van andere dieren””
  11. Basisbiologie en passende soortspecifieke biologie met betrekking tot anatomie, fysiologische kenmerken, fokken, genetica en genetische manipulatie.
  12. fokken en houden van dieren samenhangend met de exploitatie van de bodem:
  13. Het fokken van paardachtigen, vooral van paarden, vormt meestal een onderdeel van de landbouwactiviteit.
  14. Gevaren bij het fokken van dieren en de productie van diervoeders en levensmiddelen.
  15. Hiervan wordt courant gebruikgemaakt voor het fokken van de grotere soorten.