Betekenis van:
gaaf

gaaf
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder beschadiging
"Deze appel heeft een gaaf oppervlak."
gaaf
Bijvoeglijk naamwoord
  • in de populaire smaak vallend
"Hij heeft zo'n gave nieuwe laptop gekregen."
gaaf
Bijvoeglijk naamwoord
  • leuk; leuk; erg goed
"een gave cd"
"onwijs gaaf"

Synoniemen

Hyperoniemen

gaaf
Zelfstandig naamwoord
  • gaaf; ongedeerd; niet beschadigd; intact
"een gave huid"
"een gave bladrand"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Zijn auto is echt gaaf.
  2. Zij moeten vast zijn en het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.