Betekenis van:
heel

heel
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet kapot
"ergens niets van heel laten"
"ergens geen spaan van heel laten"
heel
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet stuk, niet gebroken
"De vaas was gevallen maar toch heel gebleven."
heel
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder uitzondering, in alle delen
"Dat is in de hele wereld het geval."
heel
Bijvoeglijk naamwoord
  • totaal; totaal; geheel; compleet; volledig; helemaal; compleet; compleet; geheel; niet gedeeld
"beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald"
"hele dagen werken"

Synoniemen

heel
Bijvoeglijk naamwoord
  • behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; behoorlijk; van belang; aanzienlijk; van groot belang; beduidend; ingrijpend; flink; aanzienlijk
"een hele klus/toer/lijst/rij/geschiedenis/tijd"
"een heel bedrag/verhaal/gezeur"

Synoniemen

heel
Bijwoord
  • in hoge mate

Werkwoord