Betekenis van:
gegrond

gegrond
Bijvoeglijk naamwoord
  • gefundeerd; gegrond; legitiem; gerechtvaardigd
"gegronde redenen hebben [om iemand te ontslaan]"
"gegrond zijn op"

Synoniemen

Hyperoniemen

gegrond
Bijvoeglijk naamwoord
  • het terecht of deugdelijk onderbouwd zijn van een standpunt of mening
"Zij heeft gegronde redenen om die baan te weigeren."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Wijzigingsverzoek gegrond
  2. De „Ausfallhaftung” is naar zeggen wettelijk gegrond.
  3. Bijgevolg wordt het argument niet gegrond geacht.
  4. De belastingfaciliteit voor het mengen van biodieselbrandstof is gegrond op N.D.C.C.
  5. Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep, of het beroep gegrond is.
  6. Dit argument werd gegrond bevonden en de uitvoerprijs werd voor deze producent dienovereenkomstig herzien.
  7. Waar zulks gegrond was, werden in de definitieve fase correcties doorgevoerd.
  8. Hun opmerkingen werden in aanmerking genomen indien zij gegrond werden geacht,
  9. De Commissie heeft deze opmerking, die in wezen gegrond is, zorgvuldig overwogen.
  10. Indien het bezwaar ontvankelijk is, onderzoekt de bezwaarcommissie of het gegrond is.
  11. Deze argumenten werden gegrond bevonden en besloten werd de desbetreffende bijlage dienovereenkomstig te wijzigen.
  12. Zoals in de overwegingen 14 en 15 is uiteengezet, werd dit argument niet gegrond geacht.
  13. Indien dergelijke informatie niet bij de kennisgeving is gevoegd, gaat de Commissie ervan uit dat het verzoek niet gegrond is.
  14. Derhalve werd geconcludeerd dat een uitsluiting van RHI van de definitie van de bedrijfstak van de Gemeenschap niet gegrond was.
  15. Het Gerecht acht zich niet in staat te verifiëren of de aangevochten beschikking op dit punt gegrond is.