Betekenis van:
gegrond

gegrond
Bijvoeglijk naamwoord
  • gefundeerd; gegrond; legitiem; gerechtvaardigd
"gegronde redenen hebben [om iemand te ontslaan]"
"gegrond zijn op"

Synoniemen

Hyperoniemen

gegrond
Bijvoeglijk naamwoord
  • het terecht of deugdelijk onderbouwd zijn van een standpunt of mening
"Zij heeft gegronde redenen om die baan te weigeren."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Wijzigingsverzoek gegrond
  2. De bovengenoemde analogie is derhalve niet gegrond.
  3. De „Ausfallhaftung” is naar zeggen wettelijk gegrond.
  4. Bijgevolg wordt het argument niet gegrond geacht.
  5. De analogie met een handelspartner is derhalve niet gegrond.
  6. Daarom werd een aanpassing gegrond geacht, zoals in overweging 25 wordt uiteengezet.
  7. De Commissie zal onderzoeken of dit argument van Italië gegrond is (zie punt 7.4.3).
  8. Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep of het beroep gegrond is.
  9. De wraking kan niet zijn gegrond op de nationaliteit van het betrokken lid.
  10. Wraking kan niet gegrond zijn op de nationaliteit van een onderzoeker of van een lid.
  11. Indien de uitvoerend directeur het beroep ontvankelijk en gegrond acht, herziet hij het besluit.
  12. De belastingfaciliteit voor het mengen van biodieselbrandstof is gegrond op N.D.C.C.
  13. Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep, of het beroep gegrond is.
  14. Dit argument werd gegrond bevonden en de uitvoerprijs werd voor deze producent dienovereenkomstig herzien.
  15. Waar zulks gegrond was, werden in de definitieve fase correcties doorgevoerd.