Betekenis van:
gegrond
gegrond
Bijvoeglijk naamwoord
- gefundeerd; gegrond; legitiem; gerechtvaardigd
"gegronde redenen hebben [om iemand te ontslaan]"
"gegrond zijn op"
Synoniemen
Hyperoniemen
gegrond
Bijvoeglijk naamwoord
- het terecht of deugdelijk onderbouwd zijn van een standpunt of mening
"Zij heeft gegronde redenen om die baan te weigeren."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Wijzigingsverzoek gegrond
- De „Ausfallhaftung” is naar zeggen wettelijk gegrond.
- Bijgevolg wordt het argument niet gegrond geacht.
- De belastingfaciliteit voor het mengen van biodieselbrandstof is gegrond op N.D.C.C.
- Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep, of het beroep gegrond is.
- Dit argument werd gegrond bevonden en de uitvoerprijs werd voor deze producent dienovereenkomstig herzien.
- Waar zulks gegrond was, werden in de definitieve fase correcties doorgevoerd.
- Hun opmerkingen werden in aanmerking genomen indien zij gegrond werden geacht,
- De Commissie heeft deze opmerking, die in wezen gegrond is, zorgvuldig overwogen.
- Indien het bezwaar ontvankelijk is, onderzoekt de bezwaarcommissie of het gegrond is.
- Deze argumenten werden gegrond bevonden en besloten werd de desbetreffende bijlage dienovereenkomstig te wijzigen.
- Zoals in de overwegingen 14 en 15 is uiteengezet, werd dit argument niet gegrond geacht.
- Indien dergelijke informatie niet bij de kennisgeving is gevoegd, gaat de Commissie ervan uit dat het verzoek niet gegrond is.
- Derhalve werd geconcludeerd dat een uitsluiting van RHI van de definitie van de bedrijfstak van de Gemeenschap niet gegrond was.
- Het Gerecht acht zich niet in staat te verifiëren of de aangevochten beschikking op dit punt gegrond is.