Betekenis van:
gemeentehuis
gemeentehuis (het ~ | meervoud gemeentehuizen)
Zelfstandig naamwoord
- gebouw met stadsbestuur; openbaar gebouw v.d. gemeente; gebouw waarin het gemeentebestuur zit
"alle gemeentehuizen blijven open op zaterdag"
"op het gemeentehuis"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Die gegevens zijn in' t gemeentehuis te vinden.
- Voor het aanvragen van een nieuw paspoort moet je naar het gemeentehuis.
- in Zwitserland, de plaatselijke administratie (gemeentehuis) van de woonplaats.
- (facultatief) plaats van het internetgebruik in de laatste drie maanden: overheidsdienst, gemeentehuis of bestuursorgaan;
- plaats van het internetgebruik in de laatste drie maanden: elders (facultatief kunnen afzonderlijk worden vermeld: openbare bibliotheek; postkantoor; overheidsdienst, gemeentehuis of bestuursorgaan; opbouwwerk of vrijwilligersorganisatie; internetcafé);
- plaats van het internetgebruik in de laatste drie maanden: elders (facultatief kunnen afzonderlijk worden vermeld: openbare bibliotheek; postkantoor; overheidsdienst, gemeentehuis of bestuursorgaan; opbouwwerk- of vrijwilligersorganisatie; internetcafé; hotspot);
- Voor zeelieden, de „Direccion Provincial del Instituto Social de la Marina” (Provinciale directie van het Sociaal Instituut voor Zeelieden);in Frankrijk, de „mairie” (gemeentehuis) of de „caisse d’allocations familiales” (Nationaal Fonds voor kinderbijslag);