Betekenis van:
gemeentehuis

gemeentehuis (het ~ | meervoud gemeentehuizen)
Zelfstandig naamwoord
  • gebouw met stadsbestuur; openbaar gebouw v.d. gemeente; gebouw waarin het gemeentebestuur zit
"alle gemeentehuizen blijven open op zaterdag"
"op het gemeentehuis"

Synoniemen

Hyperoniemen

gemeentehuis
Zelfstandig naamwoord
  • een gebouw waarin de ambtenaren van de gemeente, de burgemeester en wethouders (Nederland) of schepenen (België) werken en waar de gemeenteraad vergadert.

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Die gegevens zijn in' t gemeentehuis te vinden.
  2. Voor het aanvragen van een nieuw paspoort moet je naar het gemeentehuis.
  3. in Zwitserland, de plaatselijke administratie (gemeentehuis) van de woonplaats.
  4. (facultatief) plaats van het internetgebruik in de laatste drie maanden: overheidsdienst, gemeentehuis of bestuursorgaan;
  5. plaats van het internetgebruik in de laatste drie maanden: elders (facultatief kunnen afzonderlijk worden vermeld: openbare bibliotheek; postkantoor; overheidsdienst, gemeentehuis of bestuursorgaan; opbouwwerk of vrijwilligersorganisatie; internetcafé);
  6. plaats van het internetgebruik in de laatste drie maanden: elders (facultatief kunnen afzonderlijk worden vermeld: openbare bibliotheek; postkantoor; overheidsdienst, gemeentehuis of bestuursorgaan; opbouwwerk- of vrijwilligersorganisatie; internetcafé; hotspot);
  7. Voor zeelieden, de „Direccion Provincial del Instituto Social de la Marina” (Provinciale directie van het Sociaal Instituut voor Zeelieden);in Frankrijk, de „mairie” (gemeentehuis) of de „caisse d’allocations familiales” (Nationaal Fonds voor kinderbijslag);