Betekenis van:
stadhuis

stadhuis (het ~ | meervoud stadhuizen)
Zelfstandig naamwoord
  • gebouw met stadsbestuur; openbaar gebouw v.d. gemeente; gebouw waarin het gemeentebestuur zit
"op het stadhuis (trouwen)"

Synoniemen

Hyperoniemen

stadhuis
Zelfstandig naamwoord
  • een gebouw waar de stadsdiensten gehuisvest zijn
"Veel mensen trouwen in het stadhuis."
stadhuis
Zelfstandig naamwoord
  • een gebouw waarin de ambtenaren van de gemeente, de burgemeester en wethouders (Nederland) of schepenen (België) werken en waar de gemeenteraad vergadert.

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Het stadhuis is in het centrum.