Betekenis van:
geur

geur (de ~ | meervoud geuren)
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat je waarneemt via je neus; geur; iets dat je waarneemt via je neus
"de heerlijke geuren opsnuiven"
"een geur van heiligheid"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

geur
Zelfstandig naamwoord
  • gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming
"Hij kwam op de geur af en vroeg onschuldig: "Is er koffie?"."

Werkwoord