Betekenis van:
gokken

gokken
Werkwoord
  • een gokspel spelen
"zodra hij weer wat geld had verdiend, sloeg hij weer aan het gokken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gokken
Werkwoord
  • iets van waarde, veelal geld, inzetten op de mogelijke uitkomst van iets onzekers
"Hij gokt al jaren op de paardenracen."
gokken
Werkwoord
  • speculeren
"gokken op [een rentestijging]"
"erop gokken dat ..."

Synoniemen

Hyperoniemen

gok (de ~ | meervoud gokken)
Zelfstandig naamwoord
  • risicovolle onderneming; gewaagde handeling
"een gok(je) wagen"
"een gok op [een paard]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

gok (de ~ | meervoud gokken)
Zelfstandig naamwoord
  • grote neus

Hyperoniemen

Werkwoord