Betekenis van:
neus

neus (de ~ | meervoud neuzen)
Zelfstandig naamwoord
  • punt
"(schoenen met) stalen/vierkante neuzen"
"kale neuzen"

Synoniemen

Hyperoniemen

neus (de ~ | meervoud neuzen)
Zelfstandig naamwoord
  • reuk(orgaan); orgaan voor het waarnemen van geuren; neus/gezicht
"plotseling voor iemands neus staan"
"iemand de pin op de neus zetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

neus
Zelfstandig naamwoord
  • een orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
"Mensen halen meer adem via hun neus dan via hun mond."
neus
Zelfstandig naamwoord
  • het reukvermogen
"Je hebt er echt een neus voor!"
neus
Zelfstandig naamwoord
  • het voorste deel van een voorwerp
"De neus van het vliegtuig was beschadigd."
neus (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vermogen om te ruiken; vermogen om te ruiken
"een goede neus hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord