Betekenis van:
goot

goot (de ~ | meervoud goten)
Zelfstandig naamwoord
  • afvoerkanaal voor water of vloeibaar vuil
"in de goot terechtkomen"
"iemand uit de goot halen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

goot (de ~ | meervoud goten)
Zelfstandig naamwoord
  • sleuf
"de kabels door een goot laten lopen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

goot
Zelfstandig naamwoord
  • een gleuf of greppel bedoeld voor het af laten vloeien van een vloeistof
"Je moet die goot eens schoonmaken, anders kan het water niet goed weg."
goot
Zelfstandig naamwoord
  • een langgerekte bakvormige of halfronde constructie, die het water van het dak opvangt en afvoert
"De afvoer van de goot was verstopt."
goot
Zelfstandig naamwoord
  • ''overdrachtelijk'': een onverkwikkelijke en te vermijden plaats
"Als je niet zorgt dat je baan hebt, lig je zo in de goot."
goot
Zelfstandig naamwoord
  • goot langs het dak

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord