Betekenis van:
hal

hal (de ~ | meervoud hallen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote overdekte ruimte; hal achter de ingang; ruimte achter de voordeur
"hang je jas maar op in de hal"

Synoniemen

Hyperoniemen

hal
Zelfstandig naamwoord
  • ontvangstruimte.