Betekenis van:
hemd

hemd (het ~ | meervoud hemden)
Zelfstandig naamwoord
  • onderhemd; ondergoed voor het bovenlijf
"het hemd is nader dan de rok"
"hup Holland hup, laat de leeuw niet in z'n hempie staan"

Synoniemen

Hyperoniemen

hemd (het ~ | meervoud hemden)
Zelfstandig naamwoord
  • kledingstuk voor het bovenlichaam; overhemd
"een geruit hemd"
"'s zomers draag ik liever een hemd met korte mouwen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hemd
Zelfstandig naamwoord
  • kledingstuk voor het bovenlijf

Voorbeeldzinnen

  1. Dit hemd kost tien dollar.
  2. Hij heeft een zwart hemd.
  3. Hij had zijn hemd binnenste buiten aan.
  4. Mijn hemd is nog niet droog.
  5. Ik zou graag dit hemd, dat ik gisteren gekocht heb, ruilen.
  6. Het hemd is nader dan de rok