Betekenis van:
incident

incident
Zelfstandig naamwoord
  • een opschudding verwekkend voorval
"Er was gisteren een ernstig incident aan de grens met Noord-Korea."
incident (het ~ | meervoud incidenten)
Zelfstandig naamwoord
  • verschil van mening, botsing, strijd
"er doet zich een incident voor"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

incident
Zelfstandig naamwoord
  • elk in een geding naast het hoofdgeschil opkomend twistpunt

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Incident met gevaarlijke goederen.
  2. Incident met gevaarlijke goederen.
  3. gegevensregistratie voor incident onderzoeksdoeleinden
  4. incident op zee”,
  5. alleen gegevensregistratie voor incident onderzoeksdoeleinden
  6. Interface voor gegevensregistratie voor incident onderzoeksdoeleinden
  7. Rapportering na het incident (referentie bijlage C)
  8. ondersteuning van gegevensregistratie voor incident onderzoeksdoeleinden.
  9. de ernst van het ongeval of incident,
  10. Incident (verslag van de bevoegde nationale autoriteit):
  11. vermoedelijke oorzaak van het incident of ongeval;
  12. Incident (zie de velden onder 4.
  13. Interface voor gegevensregistratie voor incident onderzoeksdoeleinden
  14. Tijdstip van het ongeval of incident op zee
  15. Plaats van het ongeval of incident op zee