Betekenis van:
indruk

indruk (de ~ | meervoud indrukken)
Zelfstandig naamwoord
  • tekening op de grond van iets zwaars
"indrukken van voeten in de sneeuw"

Hyperoniemen

Hyponiemen

indruk
Zelfstandig naamwoord
  • de uitwerking van iets op het gemoed of de geest
"De eerste indruk van hem was zeer goed."
indruk
Zelfstandig naamwoord
  • een merk dat door indrukking ontstaat
"Doordat hij zijn ring op papier sloeg, ontstond er een indruk van zijn ring op het papier."

Voorbeeldzinnen

  1. Hij maakt een slechte indruk.
  2. Tom maakte een slechte indruk.
  3. Ik was zeer onder de indruk van zijn toespraak.
  4. Mary was onder de indruk van wat ze zag.
  5. Ik heb de indruk dat ik haar al ergens ontmoet heb.
  6. Ik was erg onder de indruk van jouw vertaling van Engelse zinnen in het Nederlands.
  7. Je krijgt nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken.
  8. Bij nader toezien wordt deze eerste indruk evenwel weggenomen.
  9. Daarmee wekte Griekenland de indruk dat de overeenkomst van september 1995 was uitgevoerd.
  10. ten onrechte de indruk wekt dat het ras bijzondere eigenschappen of een bijzondere waarde heeft;
  11. Identificatie van de partijen en/of algemene indruk van de zending
  12. de indruk bestaat dat de wetenschap is afgesneden van de alledaagse economische en sociale realiteit;
  13. zij mag niet de indruk wekken dat alcoholgebruik bijdraagt tot sociale of seksuele successen;
  14. ten onrechte de indruk wekt dat het ras verwant is aan of ontstaan is uit een bepaald ander ras;
  15. Geconcludeerd dient te worden dat de indruk bestaat dat Duitsland dezelfde doelstelling met minder discriminerende middelen had kunnen bereiken [22].