Betekenis van:
juichen

juichen
Werkwoord
  • je vreugde uitbundig uiten; vreugdekreten slaken
"niet om over te juichen zijn"
"juichen om/over iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

juichen
Werkwoord
  • op luide wijze vreugde uiten
"Toen bekend werd dat de dictator naar het buitenland gevlucht was, juichten de demonstranten uitbundig."

Werkwoord