Betekenis van:
kapotgaan

kapotgaan
Werkwoord
  • breken
"ons koffiezetapparaat is gisteren kapotgegaan"
"kapotgaan aan de drank"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kapotgaan
Werkwoord
  • (van mensen) doodgaan
"kapotgaan van/aan [de honger]"
"kapotgaan van [de honger/dorst]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen