Betekenis van:
kapotgaan
kapotgaan
Werkwoord
- breken
"ons koffiezetapparaat is gisteren kapotgegaan"
"kapotgaan aan de drank"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
kapotgaan
Werkwoord
- (van mensen) doodgaan
"kapotgaan van/aan [de honger]"
"kapotgaan van [de honger/dorst]"
Synoniemen
- expireren
- insluimeren
- ontslapen
- overlijden
- peigeren
- verrekken
- verscheiden
- sterven
- heengaan
- versmachten
- inslapen
- creperen