Betekenis van:
heengaan
heengaan
Werkwoord
- heengaan, zich van een bepaalde plaats verwijderen
"hij ging zonder nog een woord te zeggen heen"
Synoniemen
- afnokken
- aftaaien
- moven
- nokken
- opdonderen
- opduvelen
- opflikkeren
- ophoepelen
- opkramen
- opkrassen
- oplazeren
- opmieteren
- oprotten
- oprukken
- opsodemieteren
- vertrekken
- wegwezen
- gaan
- weggaan
- opstappen
- opbreken
Hyperoniemen
Hyponiemen
heengaan
Werkwoord
- (van mensen) doodgaan
"van ons heengaan"
Synoniemen
- expireren
- insluimeren
- ontslapen
- overlijden
- peigeren
- verrekken
- verscheiden
- sterven
- kapotgaan
- versmachten
- inslapen
- creperen
Hyperoniemen
Hyponiemen
heengaan
Zelfstandig naamwoord
- het intreden van deze toestand