Betekenis van:
weglopen

weglopen
Werkwoord
naar elders lopen, haastig heengaan
"onze hond is weggelopen"
"[dat werk] loopt niet weg, hoor"

Hyperoniemen

weglopen
Werkwoord
een plaats verlaten
"Hij is net weggelopen."
weglopen
Werkwoord
''~ van'' iemand of iets verlaten (al dan niet lopend)
"Hij was van huis weggelopen."
weglopen
Werkwoord
zich verwijderen om zich te onttrekken aan een dreigend gevaar
"weglopen voor iets/iemand"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

weglopen
Werkwoord
stromende verdwijnen
"het water uit de badkuip laten weglopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

weglopen
Werkwoord
(iem.) met geestdrift vereren
"weglopen met de nieuwe buurman"

Synoniemen

Hyperoniemen

weglopen
Werkwoord
een voorsprong uitbouwen

Synoniemen

Hyperoniemen