Betekenis van:
ontsnappen

ontsnappen
Werkwoord
  • ontvluchten; ontsnappen; ontgaan; ontsnappen
"uit de gevangenis ontsnappen"
"uit het peloton ontsnappen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ontsnappen
Werkwoord
  • aan gevangenschap, dreigende gevangenneming of ander gevaar ontkomen
"Zij ontsnapten ternauwernood aan de neerstormende lawine."
ontsnappen
Werkwoord
  • snel wegsprinten uit het peloton
"ontsnappen uit"

Synoniemen

Hyperoniemen

ontsnappen
Werkwoord
  • ontsnappen aan
"de dief mag ons niet ontsnappen!"
"aan een controle/straf/behandeling ontsnapt"

Synoniemen

Hyperoniemen

ontsnappen
Werkwoord
  • naar buiten dringen

Synoniemen

Hyperoniemen