Betekenis van:
kassa

kassa
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats in een winkel waar men zijn aankopen betaalt
"De klant gaat naar de kassa om zijn boodschappen te betalen."
kassa
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats in een theater waar men zijn tickets reserveert of betaalt
"De bioscoopgangers moeten lang aanschuiven aan de kassa voor ze naar binnen kunnen gaan."
kassa
Zelfstandig naamwoord
  • een machine in een winkel om ontvangen geld te registreren en te bewaren
"De winkelier steekt het ontvangen geld in de kassa."
kassa (de ~ | meervoud kassa's)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar betalingen plaatsvinden; plaats in de winkel waar men betaalt
"in de rij bij/voor de kassa"
"achter de kassa zitten/staan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kassa (de ~ | meervoud kassa's)
Zelfstandig naamwoord
  • telmachine met geldlade
"de kassa rinkelt"
"kassa!"

Synoniemen

Hyperoniemen