Betekenis van:
tafel

tafel
Zelfstandig naamwoord
  • een meubelstuk met een of meer poten, bedoeld om dingen op te zetten
"Zullen we de tafel buiten zetten? Dan kunnen we vanavond buiten eten."
tafel (de ~ | meervoud tafels)
Zelfstandig naamwoord
  • overzichtelijke lijst met gegevens; lijst met uitkomsten van sommen
"de tafel [van vier]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tafel
Zelfstandig naamwoord
  • plaat van een vaste stof met inscriptie

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord