Betekenis van:
kennis

kennis
Zelfstandig naamwoord
  • wat je weet of hebt geleerd
"Hij heeft veel kennis van biologie."
kennis (de ~ | meervoud kennissen)
Zelfstandig naamwoord
  • kennis; bekende
"een kennis bezoeken"
"familie, vrienden, buren en kennissen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Televisie helpt ons onze kennis te verruimen.
  2. Gisteren heb ik kennis gemaakt met een van de beroemdste acteurs van de wereld.
  3. Nieuwe kennis
  4. niet-geoctrooieerde technische kennis.
  5. Kennis voor energiebeleidsvorming
  6. (behalve kennis voor leerlingen)
  7. Kennis inzake rollend materieel
  8. bescherming van kennis;
  9. Kennis voor energiebeleidsvorming
  10. Minimumvaardigheden en -kennis
  11. luchtvaartkundige kennis toe te passen;
  12. Toetsing van de theoretische kennis
  13. praktische kennis van beveiligingstechnologieën en -technieken;
  14. Dergelijke kennis omvat ten minste het volgende:
  15. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.