Betekenis van:
kennis
kennis
Zelfstandig naamwoord
- wat je weet of hebt geleerd
"Hij heeft veel kennis van biologie."
kennis (de ~ | meervoud kennissen)
Zelfstandig naamwoord
- kennis; bekende
"een kennis bezoeken"
"familie, vrienden, buren en kennissen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Televisie helpt ons onze kennis te verruimen.
- Gisteren heb ik kennis gemaakt met een van de beroemdste acteurs van de wereld.
- Nieuwe kennis
- niet-geoctrooieerde technische kennis.
- Kennis voor energiebeleidsvorming
- (behalve kennis voor leerlingen)
- Kennis inzake rollend materieel
- bescherming van kennis;
- Kennis voor energiebeleidsvorming
- Minimumvaardigheden en -kennis
- luchtvaartkundige kennis toe te passen;
- Toetsing van de theoretische kennis
- praktische kennis van beveiligingstechnologieën en -technieken;
- Dergelijke kennis omvat ten minste het volgende:
- Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.