Betekenis van:
klassiek

klassiek
Bijvoeglijk naamwoord
  • voorbeeldig in zijn soort, met blijvend gezag
"een klassiek boek"

Hyperoniemen

klassiek
Bijvoeglijk naamwoord
  • van de antieke oudheid; antiek; uit de Griekse en Romeinse Oudheid
"de klassieke oudheid/cultuur"
"de klassieke geschiedenis"

Synoniemen

klassiek
Bijvoeglijk naamwoord
  • volgens de traditie; traditioneel, niet vernieuwend; onveranderlijk; traditioneel
"klassieke muziek"
"een klassiek voorbeeld"

Synoniemen

Hyperoniemen

klassiek
Bijvoeglijk naamwoord
  • bij uitstek bijv. klassiek verschijnsel= verschijnsel zoals dat in de boekjes beschreven is
klassiek
Bijvoeglijk naamwoord
  • daterend uit de oudheid
klassiek
Bijvoeglijk naamwoord
  • betreffende de klassieke periode in de kunst

Voorbeeldzinnen

  1. glyco-eiwitten (specifiek of klassiek), extensinen, hydrolysaten
  2. Dit soort voorschotten, die bij succes moeten worden terugbetaald, is zeer klassiek in de luchtvaartindustrie.
  3. Hier gaat het om een klassiek geval waarin de overheid niet heeft gehandeld omwille van eisen van algemeen belang, en waarin haar aansprakelijkheid wegens inbreuk op de gelijkheid voor overheidslasten in het geding is.
  4. Het verzorgen van een universele postdienst op het hele grondgebied van Polen, teneinde de hele Poolse bevolking dezelfde basisdiensten tegen dezelfde kosten te verschaffen, is een klassiek geval van een dienst van algemeen economisch belang.