Betekenis van:
kleurloos

kleurloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder kleur, saai
"een kleurloze vloeistof"
"een kleurloos gebouw"

Synoniemen

kleurloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder kleur
kleurloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • saai.
kleurloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet interessant; heel saai; weinig afwisselend; saai; saai; oninteressant; vervelend; om je bij te vervelen

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Kleurloos of wit kristallijn poeder
  2. Kristallen of kristallijn poeder; kleurloos of wit
  3. Kleurloos tot wit prismatisch kristallijn poeder of kleine witte pellets
  4. Een 5 %-oplossing is volledig helder en kleurloos
  5. Geelachtig tot kleurloos, grof tot fijn, vrijwel reukloos poeder
  6. Kleurloos onbrandbaar gas met een sterke doordringende verstikkende geur
  7. Kristallijne massa of kristallijn poeder; kleurloos of wit
  8. De voornaamste kenmerken zijn: kleurloos, reukloos en doorschijnend, met een smeltpunt boven 45 °C.
  9. De luminantiemetingen worden verricht op een diffuus kleurloos oppervlak met een bekende diffuse reflectiefactor [5].
  10. De voornaamste kenmerken zijn: kleurloos, reukloos en doorschijnend, met een smeltpunt boven 45 oC.
  11. Herhaal deze procedure tot beide extractiefasen kleurloos zijn (twee tot drie maal).
  12. Bij lage gehalten aan ureum moet meer analysemateriaal afgewogen worden, zo lang een helder en kleurloos filtraat wordt verkregen.
  13. Het licht van de in de verlichtingsinrichting gebruikte lamp moet voldoende kleurloos zijn om de kleur van de kentekenplaat niet al te zeer te wijzigen.
  14. Het extract dat wordt verkregen door 1 g van het product in een apparaat voor continu-extractie met 10 g zuiver cyclohexaan te extraheren, moet kleurloos zijn. De intensiteit van de fluorescentie van het extract in UV-licht mag niet hoger zijn dan die van een oplossing van 0,100 mg kininesulfaat in 1000 ml 0,01 M zwavelzuur