Betekenis van:
suf

suf
Bijvoeglijk naamwoord
  • wezenloos; niet fris; sufferig; gevoelloos; dof
"zich suf piekeren/peinzen/prakkiseren/vervelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

suf
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet interessant; heel saai; weinig afwisselend; saai; saai; oninteressant; vervelend; om je bij te vervelen

Synoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. LAND Model SUF
  2. BOV, OVI, POR, EQU, SUF, SUW,- RUF, RUW
  3. het voldoet aan de van toepassing zijnde veterinairrechtelijke voorschriften zoals aangegeven in de verklaring inzake de diergezondheid in modelcertificaat [BOV] [OVI] [POR] [EQU] [RUF] [RUW] [SUF] [SUW] [EQW](1) in deel 2 van bijlage II bij Beschikking 79/542/EEG;
  4. In bijlage II, deel 2, worden het model „BOV” en het model „OVI” vervangen door de tekst in bijlage II bij deze beschikking, en in de modellen „POR”, „EQU”, „RUF”, „RUW”, „SUF”, „SUW” en „EQW” wordt in vak 5 „Voorgenomen bestemming van het vlees” punt 5.2 vervangen door het volgende: