Betekenis van:
kribben
kribben
Werkwoord
- ruzie maken
"Als opa zijn dag niet had, kribde hij met iedereen."
kribben
Werkwoord
- (rivier-) kribben maken
"De aannemer van het kribwerk is nog deze maand klaar met kribben."
kribben
Werkwoord
- harrewarren; ruzie maken; kibbelen; kibbelen; kiften