Betekenis van:
kribben

kribben
Werkwoord
  • ruzie maken
"Als opa zijn dag niet had, kribde hij met iedereen."
kribben
Werkwoord
  • (rivier-) kribben maken
"De aannemer van het kribwerk is nog deze maand klaar met kribben."
kribben
Werkwoord
  • harrewarren; ruzie maken; kibbelen; kibbelen; kiften

Synoniemen

Hyperoniemen

krib (de ~ | meervoud kribben)
Zelfstandig naamwoord
  • voederbak; voederbak voor dieren
"het kind in de kribbe"
"je kont tegen de krib keren/gooien"

Synoniemen

Hyperoniemen