Betekenis van:
kriel

kriel (de ~ | meervoud krielen)
Zelfstandig naamwoord
  • klein iemand; iets of iemand van klein formaat; klein aardappel; klein iemand; klein iemand; klein kind; klein iemand; opdondertje; mager persoon

Synoniemen

Hyperoniemen

kriel
Zelfstandig naamwoord
  • kleine soort kip

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Wanneer de partijen voor meer dan 50 % uit kriel bestaan, wordt een onderlinge regeling getroffen en komen die partijen niet voor de premie in aanmerking.