Betekenis van:
leerplan

leerplan (het ~ | meervoud leerplannen)
Zelfstandig naamwoord
  • opzet v.d. lessen over de leertijd; bepaalde manier van onderwijzen
"een leerplan ontwikkelen/vaststellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

leerplan (het ~ | meervoud leerplannen)
Zelfstandig naamwoord
  • beschrijving v.d. lesdoelen en -inhoud
"iets in het leerplan opnemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Leerplan
  2. In het leerplan moet de uitzendende organisatie zich ertoe verbinden elke succesvolle mobiliteitsfase te erkennen.
  3. Vóór elk studie- of opleidingverblijf in het buitenland moet een leerplan worden uitgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met de taalkundige voorbereiding. Dit leerplan moet door de uitzendende organisaties, gastorganisaties en de deelnemers zelf, worden uitgewerkt en goedgekeurd.
  4. Een leerplan is met name belangrijk in het geval van langdurige mobiliteit en kan ook nuttig zijn bij kortdurende mobiliteit.
  5. De concrete manier waarop mediageletterdheid in het leerplan wordt opgenomen, behoort in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten.
  6. Bij de opstelling van het leerplan moet voorts rekening worden gehouden met kwesties in verband met herintegratie in het eigen land en evaluatie.