Betekenis van:
schema

schema (het ~ | meervoud schema's)
Zelfstandig naamwoord
  • voorstelling die een vereenvoudigd beeld geeft van een inrichting, samenstelling of werking
"een schema van de werking van de telefoon"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schema (het ~ | meervoud schema's)
Zelfstandig naamwoord
  • plan voor werkwijze
"een schema maken"
"een schema voor [een opstel]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schema (het ~ | meervoud schema's)
Zelfstandig naamwoord
  • planning voor taken of gebeurtenissen; tijdsplanning; planning
"een vast schema (aanhouden/volgen)"
"een schema voor [de klusjes in huis]"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Schema
  2. Normaal schema
  3. Schema 1
  4. Vervroegd schema (op doktersadvies)
  5. Overeenkomstig het schema.
  6. Het XML-schema
  7. SCHEMA VOOR PRESTATIETESTS
  8. of karakteristiek schema: …
  9. Schema voor prestatietests
  10. Schema voor de berichten
  11. Schema en markeringen
  12. Schema wissels en kruisingen
  13. Schema van het uitwijkmanoeuvre
  14. (schema in bijlage 1)
  15. SCHEMA VAN WERKDAGEN EN OPENINGSUREN