Betekenis van:
lessen

les (de ~ | meervoud lessen)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk leerstof als huiswerk
"een les leren/opgeven"
"zijn les kennen"

Hyperoniemen

les (de ~ | meervoud lessen)
Zelfstandig naamwoord
  • het systematisch overbrengen van kennis en vaardigheden
"les volgen (bij iemand)"
"les geven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. We hebben te veel lessen.
  2. De lessen beginnen elke dag om negen uur.
  3. Het maakt mijn natuurkundeleraar niet uit als ik de lessen verzuim.
  4. 7 LESSEN
  5. Thema van de geleerde lessen
  6. De onder 1.1 genoemde lessen
  7. volgt niet regelmatig de lessen
  8. Lessen in het besturen van motorvoertuigen
  9. Hierin wordt tevens rekening gehouden met de lessen die zijn geleerd uit de uitvoering van de bijstand van de Gemeenschap in het verleden.
  10. Tot vaststelling of aanpassing van de methodologie voor de toepassing van deze richtlijn wordt door de Commissie besloten, rekening houdend met eventuele relevante lessen getrokken uit veiligheidsonderzoeken.
  11. Dit onderzoek spitst zich toe op de lessen die daaruit kunnen worden getrokken wat de onregelmatigheden, de preventieve maatregelen en de vervolging betreft.
  12. Kalveren van meer dan twee weken oud moeten over voldoende vers water van passende kwaliteit kunnen beschikken of hun dorst met andere vloeistoffen kunnen lessen.
  13. Bovendien maakt het plan duidelijk dat ING zich, overeenkomstig punt 11 van de herstructureringsmededeling, aanpast aan de lessen die het tijdens de crisis heeft geleerd.
  14. Aan de resultaten van de externe evaluatie en de lessen die hieruit kunnen worden getrokken, wordt voldoende bekendheid gegeven. Dit geldt ook voor de uitwisseling van optimale werkwijzen tussen belanghebbenden.
  15. Bekijk het toewijzingsproces na afloop en beschrijf de voornaamste lessen die uw autoriteiten daaruit hebben geleerd. Geef aan hoe dat volgens u van invloed zal zijn op uw werkwijze bij het volgende toewijzingsproces.