Betekenis van:
lokaal

lokaal
Zelfstandig naamwoord
  • een ruim vertrek dat voor een bepaald doel gebruikt wordt
"Ze mochten het lokaal niet verlaten."
lokaal (het ~ | meervoud lokalen)
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte
"de lokalen van een school"

Synoniemen

Hyperoniemen

lokaal
Bijvoeglijk naamwoord
  • plaatselijk, van beperkte omvang
"De kleinere beurzen hebben een wat lokalere functie."
lokaal
Bijvoeglijk naamwoord
  • betr. hebbend op de of een plaats
"een lokale verdoving"
"lokale regenbuien"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Lokaal referentienummer
  2. Lokaal referentienummer
  3. Lokaal/regionaal niveau: … … …
  4. Voor lokaal netwerk
  5. Binnenwateren (regionaal en lokaal)
  6. Lokaal/regionaal niveau:
  7. Lokaal/regionaal niveau:5.2.
  8. Lokaal netwerk (Local area network)
  9. (lokaal, regionaal, nationaal en Unie):
  10. Steunbronnen (lokaal, regionaal, nationaal en Unie):
  11. Ministerie van Lokaal en Regionaal Bestuur
  12. Machinecoöperaties zijn zelfhulporganisaties van landbouwers op lokaal c.q. regionaal niveau.
  13. Permanent secretaris, ministerie van Lokaal Bestuur, Openbare Werken en Stadsontwikkeling.
  14. Ministerie:4.2.Dienst:4.3.Lokaal/regionaal niveau:5.
  15. computervaardigheden voor het aansluiten van computers op een lokaal netwerk;