Betekenis van:
los

los
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet stevig vastzittend
"uit de losse hand"
"uit de losse pols"
los
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder vaste verbinding
"De hond is los."
los
Bijvoeglijk naamwoord
  • vrij in het uiten van zijn gemoed
"een losse tong hebben"
"los in de mond zijn"

Synoniemen

los
Bijvoeglijk naamwoord
  • los van de rest, op zichzelf staand
"de losse verkoop"
"losse nummers"

Synoniemen

los (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • lynx

Hyperoniemen

los
Zelfstandig naamwoord
  • een kattensoort met een korte staart

Werkwoord