Betekenis van:
vrij

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet vallend onder of beperkt door een bepaald gezag, jurisdictie
"de gevangenen zijn nu weer vrij"
"zo vrij als een vogeltje"
vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet binnen een bepaald systeem
"een vrij beroep"

Hyperoniemen

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • door niets beperkt, gebonden of belemmerd
"de weg is vrij"
"een vrij beroep"

Synoniemen

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • waarover beschikt kan worden, ten dienste staand
"de wc is vrij"
"is deze stoel nog vrij?"

Synoniemen

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • vrij in het uiten van zijn gemoed
"mag ik zo vrij zijn hier plaats te nemen?"
"we gaan al jaren vrij met elkaar om"

Synoniemen

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder verplichtingen; onbezet
"een vrije dag"
"hij ligt nog in zijn bed omdat hij vrij is vandaag"

Synoniemen

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • voor niets; gratis; gratis
"vrije toegang"

Synoniemen

vrij
Bijvoeglijk naamwoord
  • ongebonden, niet in beweging beperkt

Werkwoord