Betekenis van:
onbeperkt
onbeperkt
Bijvoeglijk naamwoord
- door niets beperkt, gebonden of belemmerd
"onbeperkt in communicatie"
"onbeperkt van verstand"
Synoniemen
onbeperkt
Bijvoeglijk naamwoord
- niet door iets onderbroken
"onbeperkt gebruik"
"onbeperkte mogelijkheden"
Synoniemen
Voorbeeldzinnen
- Onbeperkt”
- Onbeperkt
- Onbeperkt
- GEBRUIK ONBEPERKT — 99209.
- GEBRUIK ONBEPERKT — 99209.”.
- Deze helderrode oplossing is onbeperkt houdbaar.
- Naar buiten toe was de bijzondere reserve onbeperkt aansprakelijk.
- stuurman — vracht-/passagiersschepen — onbeperkt („deck officer — freight/passenger ships — unrestricted”);
- Vanaf de bodem van het schip onbeperkt naar boven
- Het verbod op de toekenning van staatssteun geldt niet onbeperkt.
- Het verbod op de toekenning van staatssteun geldt niet onbeperkt.
- De botszones HPC1000 en HPC1700 kunnen uit een onbeperkt aantal delen bestaan.
- Het aantal meetmiddelen dat overeenkomstig het goedgekeurde model mag worden vervaardigd, is onbeperkt.
- „Zone HPC1000” en „zone HPC2000” kunnen uit een onbeperkt aantal delen bestaan.
- derde stuurman — vracht-/passagiersschepen — onbeperkt („third mate — freight/passenger ships unrestricted”);