Betekenis van:
lui

lui
Bijvoeglijk naamwoord
  • initiatiefloos; inspanning schromend
"liever lui dan moe zijn"
"lui varken!"

Synoniemen

Hyperoniemen

lui
Bijvoeglijk naamwoord
  • werkschuw, niet houdend van inspanning of werk
"Ik ben vandaag erg lui geweest."
lui
Bijvoeglijk naamwoord
  • geschikt om op zijn gemak in te zijn
"Hij zat in zijn luie stoel."
lui (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • aantal min of meer bijeenhorende personen
"[aardige/leuke/vervelende] lui"

Synoniemen

Hyperoniemen

lui
Zelfstandig naamwoord
  • lieden, mensen (plurale tantum)

Werkwoord