Betekenis van:
marmer

marmer (het ~ | meervoud marmers)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaald gesteente
"in/uit marmer"
"van marmer"

Hyperoniemen

marmer
Zelfstandig naamwoord
  • een fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst
"Hij liet het stuk marmer per ongeluk uit zijn handen vallen."

Werkwoord