Betekenis van:
meegaan

meegaan
Werkwoord
  • met anderen gaan
"een eindje meegaan"
"meegaan naar een concert"

Hyperoniemen

meegaan
Werkwoord
  • op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
"Hij is met de vorige trein meegegaan."
meegaan
Werkwoord
  • op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan