Betekenis van:
meegeven

Werkwoord

meegeven
inveren als er iets tegenaan komt.
"Het aantal gymblessures zal waarschijnlijk afnemen nu we de muren van de gymzaal hebben laten bekleden en die meegeven."
meegeven
iemand met een idee of zienswijze kennis laten maken.
"Wat ik jullie vandaag vooral wil meegeven is een goede manier om met geweld op straat om te gaan."
meegeven
iemand iets geven voor als die vertrokken is.
"Hij gaf zijn kinderen een knapzak met eten mee voor tijdens het schoolreisje."
meegeven
geven aan een vertrekker
"boterhammen meegeven voor onderweg"

Hyperoniemen

Hyponiemen

meegeven
wijken voor druk
"een stenen muur geeft niet mee"
"met/in de wind meegeven"

Hyperoniemen