Betekenis van:
oefenen
oefenen
Werkwoord
- door geregelde herhaling bekwaam maken, vaardigheid doen verkrijgen
"artsen in sociale vaardigheden oefenen"
"zijn spieren oefenen"
Hyperoniemen
oefenen
Werkwoord
- proberen zonder fouten uit te voeren
"De solist was zijn solo aan het oefenen voordat hij een concert gaf."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ik moet gewoon oefenen
- De betrokkenen oefenen hun rechten kosteloos uit.
- procedurehandleidingen met betrekking tot de uit te oefenen functies;
- de bevoegdheid om binnen de rechtspersoon controle uit te oefenen.
- direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of rechten uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering verricht;
- direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een transmissiesysteembeheerder of een transmissiesysteem, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen of enig recht uit te oefenen over een bedrijf dat één van de functies van productie of levering uitvoert;
- Bijgevolg is het Gerecht voor ambtenarenzaken in staat de hem opgedragen rechtsprekende taken uit te oefenen,
- Verbod om met minderjarigen te werken of activiteiten uit te oefenen
- de bevoegdheid heeft om meer dan de helft van de stemrechten uit te oefenen;
- In dit geval oefenen de landbouwcoöperaties een economische activiteit uit waarbij handelsverkeer tussen de lidstaten plaatsvindt.
- of de vissersvaartuigen gemachtigd zijn visserijactiviteiten uit te oefenen (register van gemachtigde vissersvaartuigen);
- Voorwaarden om van de overinschrijvingsfaciliteit gebruik te maken of de greenshoe-optie uit te oefenen.
- De bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat oefenen toezicht en controle uit op de naleving van:
- Zij oefenen hun ambt volkomen onafhankelijk uit in het algemeen belang van de Europese Unie.
- de middelen om toezicht uit te oefenen op de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem.