Betekenis van:
omroep

omroep (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • zendgemachtigde; organisatie met zendmachtiging; maker van televisieprogramma's; instelling die radio-uitzendingen doet
"lid zijn van een omroep"
"de Evangelische Omroep"

Synoniemen

Hyperoniemen

omroep (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • tak van radio en tv
"bij de omroep (werken)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

omroep
Zelfstandig naamwoord
  • een organisatie die zich richt op het verzorgen van radio- of televisieprogramma's