Betekenis van:
onbevangenheid

onbevangenheid (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • ongedwongenheid; geneigdheid om te spelen; eigenschap van impulsief handelen
"in haar/zijn/jouw/mijn onbevangenheid"

Synoniemen

Hyperoniemen

onbevangenheid (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • charmant voorkomen; het iets doen zonder inspanning; ongedwongenheid; ongedwongenheid; vaart, zwierigheid
"in haar/zijn/jouw/mijn onbevangenheid"

Synoniemen

Hyperoniemen