Betekenis van:
ontslag

ontslag
Zelfstandig naamwoord
  • het verbreken van het dienstverband met een werknemer
"Bij deze reorganisatie kregen een groot aantal werknemers hun ontslag."
ontslag (het ~ | meervoud ontslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • beëindiging van een arbeidsovereenkomst
"iemand zijn ontslag geven"
"oneervol ontslag"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ontslag
Zelfstandig naamwoord
  • Beëindiging van een ziekenhuisopname
"Na ontslag uit het ziekenhuis moet de patiënt vaak nog thuis rust nemen."
ontslag (het ~ | meervoud ontslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • officiële vrijstelling voor iets; vrijstelling; ontheffing van bepaalde verplichtingen; het iemand vrijlaten
"ontslag uit een gevangenis/kliniek"

Synoniemen

Hyperoniemen