Betekenis van:
overgangsperiode
overgangsperiode (de ~ | meervoud overgangsperiodes, overgangsperioden)
Zelfstandig naamwoord
- periode van overgang naar iets anders; fase tussen twee toestanden; periode van overgang naar iets anders; periode naar een volgende fase; overgangsfase
"de overgangsperiode duurt [twee maanden]"
"de overgangsperiode (van winter) naar [zomer]"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Overgangsperiode
- Overgangsperiode
- Overgangsperiode
- Overgangsperiode
- Geen overgangsperiode
- Overgangsperiode en begroting
- HOOFDSTUK 4 OVERGANGSPERIODE
- Start en overgangsperiode
- „Overgangsperiode betreffende de herwaarderingsaanpassing
- Overgangsperiode van twee jaar
- Overgangsperiode en afwijkingen
- Tijdens de overgangsperiode:
- een overgangsperiode (artikel 9);
- Aanvang van de passende overgangsperiode
- Na het verstrijken van de overgangsperiode en