Betekenis van:
overwegen

overwegen
Werkwoord
  • de voor- en nadelen bezien alvorens een beslissing te nemen.
"Hij overwoog om te gaan verhuizen."
overweg (de ~ | meervoud overwegen)
Zelfstandig naamwoord
  • kruising van spoorweg en verkeersweg; kruising v.e. weg en een spoorweg
"een onbewaakte/bewaakte overweg"
"veilige/onveilige overwegen"

Synoniemen

Hyperoniemen