Betekenis van:
passief

passief
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet handelend
"passief verzet"
"passief roken"

Synoniemen

passief
Bijvoeglijk naamwoord
  • Niet zelfstandig werkzaam
passief (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • lijdende vorm van het werkwoord
"in de passief staan"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Volgens een studie sterven elk jaar 53.000 Amerikanen aan de gevolgen van passief roken.
  2. Passief
  3. Passief-faalveilig
  4. Passief vermogensbeheer
  5. Verplichtingen inzake passief vistuig
  6. Combinaties van actief en passief vistuig
  7. „vaartuigen die gebruikmaken van polyvalent passief vistuig”, wanneer uitsluitend passief vistuig wordt gebruikt;
  8. De eindmarkeringsboeien worden als volgt aan het passief tuig bevestigd:
  9. „vaartuigen die gebruikmaken van actief en passief vistuig”.
  10. Verlies/schorsing van het actief of passief kiesrecht
  11. Bedoeld voor gebruik door één of meer personen, voornamelijk passief.
  12. De NDA berekent en publiceert haar eigen ramingen voor het totale nucleaire passief.
  13. Passief vistuig dat langer is dan één zeemijl, moet worden voorzien van tussenboeien.
  14. beschrijving van de maatregelen die zijn gepland voor de periode van passief institutioneel toezicht;
  15. Daarnaast mogen ondernemingen ook op elk blik of elke bus een passief, inert elektronisch merk aanbrengen.