Betekenis van:
stem
stem
Zelfstandig naamwoord
- het geluid dat door het trillen van de menslijke stembanden wordt geproduceerd
"De menselijke stem is uniek in de biologie."
stem
Zelfstandig naamwoord
- een keuze gemaakt door een stemmer (kiezer) door middel van een stemming (verkiezing)
"De stem van de dertiende partijgenoot was beslissend voor de herverkiezing."
stem
Zelfstandig naamwoord
- een van de partijen van een muziekstuk
"De eerste stem van een partituur is zeer gegeerd omwille van de solos."
stem
Zelfstandig naamwoord
- zangpartij van een partituur
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
stem
Zelfstandig naamwoord
- vermogen om te spreken; vermogen om te spreken; het vermogen om te spreken
Synoniemen
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Je stem deed me huilen.
- Stem van niets
- Ze spreekt tegen hem altijd met luide stem.
- ET „Stem-Tezdzhan Ali”
- Onthouding geldt niet als stem.
- De stem van de aandeelhouders
- Elke delegatie heeft één stem.
- ET „Stem-Tezdzhan Ali” ul.
- Thuja Occidentalis Stem Oil CAS-nr.
- De voorzitter heeft de beslissende stem.
- Elk lid of diens plaatsvervanger heeft één stem.
- De quaestoren zijn lid van het Bureau met raadgevende stem.
- In beide gevallen beschikt elke lidstaat over één stem.
- De leden brengen hun stem individueel en persoonlijk uit.
- Ieder lid van het Comité beschikt over één stem.