Betekenis van:
partij

partij
Zelfstandig naamwoord
  • muziekpartij
"Ze speelde haar partij uit"

Hyperoniemen

Hyponiemen

partij (de ~ | meervoud partijen)
Zelfstandig naamwoord
  • politieke partij
"de Antirevolutionaire Partij"
"tot een partij behoren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

partij
Zelfstandig naamwoord
  • persoon of groep die een overeenkomst of strijd aangaat met een andere persoon of groep
"Een notaris moet ook nagaan of de partijen zich bewust zijn van de gevolgen van hun wensen."
partij
Zelfstandig naamwoord
  • vereniging van gelijkgezinden die binnen een bepaald gebied hun politieke doelstellingen proberen te verwezenlijken
"Christendemocratische partij, communistische partij, liberale partij, nationalistische partij, sociaaldemocratische partij."
partij
Zelfstandig naamwoord
  • hoeveelheid koopwaar
"Er is nog een partij schoenen te koop."
partij
Zelfstandig naamwoord
  • een deel in een muziekstuk dat betrekking heeft op één instrument of zangstem
"De eerste en tweede violen spelen elk een eigen partij."
partij
Zelfstandig naamwoord
  • een spel dat wordt gespeeld, potje, wedstrijd
"Een partijtje schaak."
partij
Zelfstandig naamwoord
  • een feestje, party
"Voor uw feesten of partijen kunt u bij ons terecht in het stijlvolle restaurant of de knusse bar."
partij (de ~ | meervoud partijen)
Zelfstandig naamwoord
  • feest
"een partijtje geven"
"een partijtje hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

partij (de ~ | meervoud partijen)
Zelfstandig naamwoord
  • aantal min of meer bijeenhorende personen of zaken
"van de partij zijn"
"geen partij voor iemand zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord