Betekenis van:
pedaal
pedaal (de/het ~ | meervoud pedalen)
Zelfstandig naamwoord
- hefboompje voor bediening met de voet
"het pedaal indrukken/intrappen"
"de pedalen van [een auto/een piano/spinnewiel]"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
pedaal
Zelfstandig naamwoord
- met de voet te bedienen hefboom voor de bediening van apparaten, machines en (muziek-)instrumenten, het aandrijven of besturing van vaar-, voer- of vliegtuigen
"Nu vraag ik je: "Welk pedaal wordt het meest gebruikt: het gas- of rempedaal?"."
pedaal
Zelfstandig naamwoord
- het voetklavier van een orgel
pedaal
Zelfstandig naamwoord
- een van de bedieningsorganen van een harp, pauk, piano enz.
Voorbeeldzinnen
- Staat van het pedaal/de handrem en speling van het bedieningsinstrument
- om een soort pedaal te activeren met het gewicht van de assen.
- De minimumkracht op het pedaal (FABS, min) die volstaat om de in punt 7 berekende vertraging aABS te bereiken, wordt gedefinieerd als de waarde van F die overeenkomt meta = aABS op de maF-curve.
- De kolom van het statief wordt voorzien van een hendel/pedaal waarmee de elektrische straler langzaam kan worden opgetild, alsmede van een greep om de straler weer in zijn normale positie te brengen.