Betekenis van:
pedaal

pedaal (de/het ~ | meervoud pedalen)
Zelfstandig naamwoord
  • hefboompje voor bediening met de voet
"het pedaal indrukken/intrappen"
"de pedalen van [een auto/een piano/spinnewiel]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pedaal (de/het ~ | meervoud pedalen)
Zelfstandig naamwoord
  • trapper v.e. rijwiel; pedaal v.e. fiets
"op de pedalen gaan staan"
"de pedalen verliezen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pedaal
Zelfstandig naamwoord
  • met de voet te bedienen hefboom voor de bediening van apparaten, machines en (muziek-)instrumenten, het aandrijven of besturing van vaar-, voer- of vliegtuigen
"Nu vraag ik je: "Welk pedaal wordt het meest gebruikt: het gas- of rempedaal?"."
pedaal
Zelfstandig naamwoord
  • het voetklavier van een orgel
pedaal
Zelfstandig naamwoord
  • een van de bedieningsorganen van een harp, pauk, piano enz.

Voorbeeldzinnen

  1. Staat van het pedaal/de handrem en speling van het bedieningsinstrument
  2. om een soort pedaal te activeren met het gewicht van de assen.
  3. De minimumkracht op het pedaal (FABS, min) die volstaat om de in punt 7 berekende vertraging aABS te bereiken, wordt gedefinieerd als de waarde van F die overeenkomt meta = aABS op de maF-curve.
  4. De kolom van het statief wordt voorzien van een hendel/pedaal waarmee de elektrische straler langzaam kan worden opgetild, alsmede van een greep om de straler weer in zijn normale positie te brengen.